Zondag 3 mei 2026 — Editie #3

RainbowNews

The global platform for LGBTQ+ news, analysis and stories. Independent and inclusive.

NederlandsUKGlobalDeutschFrançaisEspañolBrasilAsia-PacificLatinoamérica
Verhalen

De leren jas van mijn buurman

Over een oude homoseksuele buurman, zijn stille leven in de portiek, en wat zijn generatie ons nalaat nu de laatste getuigen verdwijnen.

RainbowNews Redactie23 april 2026 — Nederland3 min lezen
···

De buurman op driehoog is gisteren begraven. Hij heette Theo. Hij werd 84. In de portiek hing jarenlang de geur van zijn sigaretten en zijn eau de cologne. Een zware, ouderwetse geur. Hij droeg altijd dezelfde leren jas, ook in de zomer.

Theo woonde sinds 1971 in dat huis. Alleen. Ik kende hem amper. Een knikje bij de brievenbus, soms een praatje over de vuilnis. Pas bij de uitvaart hoorde ik het hele verhaal. Hij was homoseksueel. Hij had dertig jaar een relatie gehad met een man die Henk heette. Henk stierf in 1994 aan aids.

Niemand in het flatgebouw wist dit. Ook ik niet, en ik ben zelf homo.

Een stille generatie

Op de uitvaart zaten vijftien mensen. Geen familie. Wel een paar oude vrienden, mannen van zijn leeftijd, met nette jassen en trillende handen. Een van hen hield een korte toespraak. Hij vertelde over de jaren zeventig, over café DOK in de Reguliersdwarsstraat, over vakanties op Mykonos. Hij vertelde ook over de angst.

De angst om ontslagen te worden. De angst om je moeder te verliezen. De angst voor de ziekte die later kwam en bijna iedereen wegnam. Theo had volgens hem nooit echt durven bestaan. Niet helemaal. Hij hield zijn leven in stukken. Op zijn werk was hij de boekhouder. Thuis was hij Henks man. In de portiek was hij niemand.

Toen de toespraak klaar was, was het heel stil. Ik dacht: deze generatie verdwijnt nu. Echt. Binnen tien jaar zijn ze allemaal weg.

Wat we niet meer weten

Nederland telt volgens het CBS ongeveer 1,3 miljoen mensen boven de vijftig die zich LHBT noemen. Een groot deel daarvan is geboren voor 1960. Zij hebben iets meegemaakt wat voor jongere homo's abstract is geworden. Strafbaarheid tot 1971 via artikel 248bis. De razzia's. De aidsepidemie. Het idee dat je leven een geheim moest blijven.

Mijn vriend is 29. Hij vindt het ongemakkelijk als ik over die tijd begin. Niet uit desinteresse. Eerder uit een soort beleefde afstand. Voor hem is homo zijn een gegeven, zoals linkshandig zijn. Hij post zijn vriendje op Instagram. Hij houdt mijn hand vast in de tram. Hij vindt dat normaal, en dat is het ook.

Maar er zit iets tussen zijn generatie en die van Theo waar we zelden over praten. Geen conflict. Eerder een gat. Een gebrek aan doorgegeven verhalen.

De moeite met ouderen

De gay scene is jong. Dat was ze altijd al. In de clubs van Amsterdam zie je weinig mannen boven de zestig. Op Grindr worden ze weggefilterd. Op prides lopen ze soms mee, maar vaak apart, in hun eigen blokje, met een spandoek van Roze 50+.

Dat is niet alleen hun schuld. Ook de gemeenschap zelf heeft weinig geduld voor ouderdom. We vieren jeugd, lichamen, seks. Ouder worden past daar slecht bij. Een vriend van mij, 67, zei laatst: "Ik ben onzichtbaar geworden. Voor hetero's was ik dat altijd al. Nu ook voor mijn eigen soort."

Tegelijk zijn juist deze mannen degenen die de rechten hebben bevochten die wij nu vanzelfsprekend vinden. Het homohuwelijk van 2001 kwam er niet vanzelf. Er gingen dertig jaar activisme aan vooraf. Mannen als Theo betaalden daarvoor, niet altijd op de barricade, maar in de stilte van hun keuken.

De tegenstem

Je kunt ook zeggen: dat is hun verhaal, niet het onze. Waarom zouden jongeren zich belast voelen met het leed van vorige generaties? De wereld is veranderd. Daar is niets mis mee. Een 22-jarige student uit Utrecht zei me eens: "Ik hoef toch niet elke dag te denken aan wat vroeger moeilijk was? Ik wil leven, niet herdenken."

Daar zit wat in. Een gemeenschap die alleen leeft van haar geschiedenis wordt een museum. En er is genoeg nu om aan te werken. De weggestemde wetten in Hongarije. De aanvallen op travestieavonden in bibliotheken. De jongens die nog steeds bang zijn in hun eigen dorp.

Maar er is verschil tussen vooruitkijken en vergeten. Wie niet weet wat er voor hem was, begrijpt ook niet goed wat hij nu heeft.

De jas in de container

Na de uitvaart stond ik voor het huis van Theo. Een busje kwam de inboedel ophalen. Ik zag de leren jas in een blauwe zak verdwijnen. Daarin ook zijn platen, zijn boeken, een ingelijste foto van een jonge man met zwart haar. Henk, vermoedelijk.

Er was geen familie die dit wilde bewaren. Geen neefje dat zei: die foto neem ik mee. Alles ging in de container. Dat is wat er gebeurt met levens die zich in stilte voltrokken hebben. Ze verdwijnen zonder voetafdruk.

Misschien is dat de echte erfenis van Theo's generatie: niet de triomf van het homohuwelijk, niet de regenboogvlag aan het stadhuis, maar al die kleine, discrete levens die zichzelf hebben weggecijferd om ons ruimte te geven. Levens die nooit een boek of een documentaire krijgen. Die alleen voortleven als een buurman op een uitvaart zit en denkt: ik wist niets van hem.

Ik ga vanavond bij mijn vriend langs. Ik ga hem over Theo vertellen. Niet om hem schuldig te laten voelen. Gewoon, zodat iemand het weet. Dat is het minste wat we kunnen doen voor de mannen in de leren jassen. Hun naam nog één keer hardop zeggen, voordat de container dichtgaat.

RR

RainbowNews Redactie

Redacteur

Onderdeel van het redactieteam van RainbowNews.

Meer van deze auteur →

Meer in verhalen